Overboord

De dag na Koningsdag was het weer zover: ik werd overboord gegooid. Nadat de behandeling twee keer eerder was uitgesteld omdat de laatste centimeter van mijn wond nog niet dicht was, mocht nu de chemotherapie erin. Al voor de operatie had ik met mijn oncologe een deal gesloten dat ik een aangepaste kuur zou krijgen want eigenlijk wilde ik al helemaal geen chemo meer. Dus deze keer alleen maar Doxorubicine waarbij ik geen twee nachten in het ziekenhuis hoefde te blijven en ook geen 20 uur durende spoeling moest doorstaan. Ik keek er niet naar uit, maar je hoopt dat het beter zal gaan dan de vorige keren.

En in eerste instantie leek dat te lukken. De begeleiding vanuit het AMC was heel goed; ze hebben me drie keer uitgelegd hoe ik mijn medicijnen moest gebruiken. En ik werd niet misselijk. En van een schimmelinfectie was ook nog geen sprake. Maar…… ik werd wel snipverkouden. Iedere nacht hoestte ik de longen uit mijn lijf waardoor van slapen weinig terecht kwam. Na vijf dagen was ik doodmoe, verzwakt, had ik koorts… en moest ik naar het ziekenhuis! Het was geen longontsteking, geen COVID, geen influenza, geen wondinfectie, geen schimmelinfectie. Maar voor de zekerheid werd ik toch opgenomen en aan de antibiotica gehangen. Tegen de bloedarmoede kreeg ik twee zakjes bloed. En zo heb ik twee dagen in het ziekenhuis gelegen.

“Hè verdorie, nou dit weer! Je zult wel denken: had ik maar nooit naar die dokter Westerman geluisterd” zei de oncologe aan de telefoon. Inderdaad. “Nu moeten we zeker weer aan de onderhandelingstafel?” voelde ze aan. Inderdaad. Ik ben zo klaar met het gedoe van de chemo. Al die ellende voor de hele kleine kans dat er een minuscuul celletje achter gebleven is… ik ga de 19e de discussie weer aan. Wish me luck!

In het ziekenhuis was het daarentegen een gezellige boel. Heel soms in je leven ontmoet je iemand met wie je onmiddellijk een ‘klik’ hebt. Liefde op het eerste gezicht, of in dit geval, vriendschap op het eerste gezicht. Ik deelde de kamer met twee leuke vrouwen met wie ik een dag lang de grootste lol gehad heb. Heel bijzonder was dat, om op zo’n doorgaans deprimerende plek zoveel plezier samen te hebben. En natuurlijk moest de een haar buik vast houden van de pijn en moest ik keihard hoesten van het lachen maar we knapten er zeker van op!

Maar er gebeurde nog meer rondom de chemotherapie: het infuus kon weer niet in een keer goed aangelegd worden, we moesten drie kwartier wachten bij de apotheek en de taxichauffeur parkeerde een halve meter van de stoeprand terwijl ik vanuit de auto naar de rolstoel moet huppen. Heel irritant allemaal maar wat erger was is dat ik gevallen ben! Terwijl ik aan het infuus zat, moest ik plassen. En daar hebben ze in het ziekenhuis gelukkig handige postoelen voor die ze naast je bed parkeren. Alleen toen ik klaar was dacht ik niet na en ben ik gewoon opgestaan en wilde mijn broek ophijsen. En toen zat ik ineens met mijn blote billen op de grond! Want zonder houvast gaat dat helemaal niet als je op een been staat. Op een gedeukt ego na ben ik er goed van af gekomen, maar de schrik zat er goed in.

Ik daag je uit om je billen af te vegen met je verkeerde hand terwijl je op een been staat en je met een hand vasthoudt… om een idee te krijgen 😉

Verder ben ik deze periode bezig geweest met uitpluizen wat een eiwitrijk dieet inhoudt voor een betere wondgenezing, het afbouwen van paracetamol (eerste poging mislukt) en het bewegen van mijn tenen!

En als ik de hele dag in bed zit/lig/hang dan speel ik Spider solitaire (patience), maak ik cijferpuzzels, lees ik het boek Doodskus van Peter James en kijk ik naar wielrennen.

Eén reactie

Geef een reactie